Andries Boersma heeft zijn ‘thuis’ gevonden!

Klusjes, zingen en wandelen zorgen voor geluksmomenten

 

Als jongen van 19 jaar oud verlaat Andries Boersma zijn Friese dorp en stapt hij voor een overtocht van zes weken op de boot naar Nieuw-Zeeland. Met een paard, tentje en een ‘Lassie-hond’ hoedt hij daar een kudde schapen. Al gauw maakt hij afrasteringen en hekken. Terug in Nederland wordt hij uitvoerder in de bouw. Niet zo gek dus dat we hem op het zorgerf in Putten met een kruiwagen zien lopen. Hier wordt hij gelukkig van.

‘Hoeft niet, dat doe ik wel’, zegt Andries als hij de verzorgster met een kruiwagen ziet sjouwen. Zo smeert hij ook een broodje voor zijn buurvrouw in de huiskamer, vouwt hij de was en schilt hij aardappels. ‘Zorgzaam, behulpzaam, handen uit de mouwen, zo is Andries altijd geweest’, zegt zijn dochter Barbara Palsgraaf, die in de buurt van het zorgerf woont. ‘In elf maanden bouwde hij in zijn eentje zijn eigen bungalow. Wat zijn ogen zien, maken zijn handen. Daarom doet hij graag klusjes op het zorgerf, daar geniet hij van.’

 

Lees de rest van het artikel hieronder

 

Vrijheid

Andries Boersma (88) is Fries van geboorte en woont voor zijn verhuizing naar Putten in het Drentse dorpje Beilen. De laatste jaren gaat hij dagelijks naar zijn vrouw Setske, die vanwege haar dementie op een gesloten afdeling van een verzorgingshuis woont. De deur van de afdeling zit altijd dicht. Dit wil ik niet, vertrouwt hij zijn dochter toe. Barbara: ‘Een groot verschil met het verzorgingshuis van mijn moeder en het zorgerf in Putten is de vrijheid die hij hier geniet. Mijn vader heeft zijn eigen ritme: vroeg naar bed, vroeg op. Daar houden ze hier rekening mee. Als hij tussen ’s ochtends 6 en 7 uur opstaat, krijgt hij een alvast een beschuitje met een kopje thee. Dan leest hij een half uurtje in de Bijbel, daar wordt hij rustig van. Daarna gaat hij met een GPS-zender een rondje lopen op het terrein van het zorgerf. In het verzorgingshuis van mijn moeder paste zoiets al gauw niet in “het systeem”. En een groene omgeving stimuleert natuurlijk meer om een stukje te wandelen dan de gangen van een verzorgingshuis.’

 

Geluksmoment

Nadat zijn vrouw overlijdt, gaat ook het geheugen van Andries snel achteruit. Elke ochtend maakt hij een wandeling, vaak naar het graf van zijn vrouw. Maar in het dorp kent iedereen hem, ze vragen hem van alles, door zijn geheugenproblemen weet hij vaak geen antwoord. Om deze confrontatie uit de weg te gaan, gaat hij nog vroeger op pad. ‘Hier in Putten stellen ze geen vragen’, zegt Barbara. ‘Hier weten ze hoe ze met dementie om moeten gaan. Dat geeft zoveel rust. Daardoor ervaart hij zijn ochtendwandeling elke dag als een geluksmoment. En het houdt hem fit. Vaak loop ik met hem mee. Dat geeft ook mij energie.’

Barbara zag haar moeder in het verzorgingshuis snel aftakelen. Bij haar vader bemerkte ze het tegenovergestelde. ‘Hij woont nu ruim een half jaar in Putten en is in die tijd 10 kilo aangekomen. Hij leeft hier juist op in plaats van dat hij achteruitgaat.’

 

Zingen maakt blij

Een ander wekelijks terugkerend geluksmoment voor Andries is zingen. Muziekdocent Ludger Stuijt kwam voor individuele muziektherapie bij een bewoner van het hofje waar Andries woont. Het zingen van geestelijke liederen maakt deze bewoner minder somber. Andries ging erbij zitten en zong zuiver de tweede stem mee. Ludger zag dat hij genoot en nodigde hem uit vaker mee te doen. Barbara: ‘Door de vergeetachtigheid heeft mijn vader vaak het gevoel dat zijn hoofd leeg is. Maar van een lied als ‘Welk een vriend is onze Jezus’ kent hij nog steeds de woorden. Mijn broer speelt vaak op het orgel als hij op bezoek komt. Muziek maakt mijn vader blij.’

 

Thuis

Andries hecht zich niet zo snel aan een plaats. Daar is zijn geest te avontuurlijk voor, hij vertrok niet voor niets op jonge leeftijd in zijn eentje naar het andere eind van de wereld. Toch heeft hij op het zorgerf in Putten zijn thuis gevonden. ‘Dat is zeker zo’, zegt Barbara. ‘Pas vroeg hij aan mij: kun je zorgen dat ik hier kan blijven?’