Onafscheidelijke vriendinnen op het zorgerf

Naast elkaar op de bank een advocaatje eten, naast elkaar aan de eettafel, elke avond even afscheid nemen voor het slapen gaan. Marrie de Graaf en Gerrie van Duinkerken – bijnaam Zus – zijn vriendinnen. Onafscheidelijk. De vriendschap is op het zorgerf in Putten ontstaan. ‘De zon schijnt Marrie, straks moeten we de bikini nog aan.’ ‘Hoor toch, zo’n leuk grapje weer van Zus.’

 

‘We komen allebei uit Hoevelaken, daar kennen we elkaar ook van, maar we waren vroeger geen vriendinnen’, zegt Zus, die deze bijnaam kreeg omdat ze drie broers had die haar altijd zo noemden. ‘Marrie is een heel eind ouwer dan ik, tussen ons zit elf jaar, daarom gingen we niet zoveel met elkaar om.’

 

Dat halen Marrie en Zus op het zorgerf in Putten ruimschoots in. Als het even kan, zitten ze naast elkaar, hand op elkaars arm. Soms letterlijk tegen elkaar aan, of ze zeggen willen: onze vriendschap is hecht, daar komt niemand tussen. ‘Ik moet Marrie een beetje in de gaten houden, dat ze geen gekke streken uithaalt’, zegt Zus. ‘Zij neemt nog wel eens een advocaatje teveel.’
‘Ach, weer zo’n leuk grapje van die lieve Zus’, reageert Marrie.
‘Het is wel leuk dat je elkaar kent van vroeger, dan ben je eerder eigen met elkaar’, vertelt Zus. ‘En Marrie is geen lastpost, daar krijg je niet snel ruzie mee. Als ze allemaal zo waren als Marrie, dan was de wereld een stuk beter dan nu.’

Niet te lang wachten
Voor haar verhuizing naar Putten gaat Marrie eerst enkele dagdelen in de week voor dagopvang naar de Keienweg in Nijkerk. Toch komt ook voor haar het moment dat het thuis niet meer gaat. Dan zit ze ’s avonds in het donker in haar stoel en heeft ze geen benul dat ze een lichtje aan moet doen. Zelf zorgen voor eten en drinken, bezoek ontvangen, het gaat allemaal niet meer. De huisarts en casemanager snappen dat kinderen hun dementerende vader of moeder zo lang mogelijk thuis willen laten wonen, maar benadrukken dat te lang wachten nadelen heeft. Het is goed de overstap naar 24 uurszorg te maken op een moment dat vader of moeder nog in staat is aan een nieuwe omgeving te wennen en nieuwe vriendschappen aan te gaan.

 

Iezig leuk
Marrie heeft drie maanden nodig om aan haar nieuwe omgeving in Putten te wennen. Dan is ze vertrouwd met de nieuwe dagindeling, de verzorgers en bewoners. Als Zus komt kijken of het zorgverblijf in Putten misschien iets voor haar is, heeft Marrie haar meteen in het vizier.
‘Het is hier al leuk, maar als jij hier ook komt wonen, wordt het helemaal iezig leuk’, zegt Marrie, terwijl ze de arm van Zus vastpakt en niet meer los lijkt te laten. De kiem voor hun vriendschap is gelegd.

 

Oog voor elkaar
‘Het mooiste vind ik dat ze echt oog hebben voor elkaar’, zegt René van de Leest, die samen met zijn vrouw Yvonne de opvang voor ouderen met dementie in Nijkerk en Putten heeft opgezet. ‘Ze houden elkaar in de gaten: waar zit je, hoe zit je erbij, hoe gaat het met je vandaag?’

Soms lezen ze samen de krant. Of het gelezene echt doordringt, is dan niet eens zo belangrijk. Het voelt goed samen te zijn, samen dingen te doen.

 

Gevoelens delen
‘Zus is de meest praktische van de twee’, zegt verzorger Marinus van Tol. ‘Zij pakt vaak de regie en spoort Marrie bijvoorbeeld aan om aan tafel te gaan, want ze moeten natuurlijk wel naast elkaar zitten. Marrie heeft oog voor de emotie om haar heen, ziet meteen dat iemand in de huiskamer verdrietig is. Dan pakt ze Zus bij de arm en zegt: ach zie nu eens. Ze delen dus ook gevoelens met elkaar, zoals vriendinnen dat doen.’

Als het ‘s avonds tijd is om naar bed te gaan, houden ze voor de deur van hun huisje even de wankele pas in. Een kus op de wang. Het is elke dag weer een vertederend puntje op de i van hun vriendschap.

Vroeger liepen Marrie en Zus elkaar soms tegen het lijf, nu lopen ze samen op. Zij aan zij. Ze kénden elkaar in Hoevelaken, ze hebben elkaar gevónden in Putten.